Kwaliteitsregister voor de klinisch-PsychoNeuroImmunologische (kPNI) therapeut

Versie 05/10/2020

Doel van het kwaliteitsregister

Een belangrijke doelstelling van het kwaliteitsregister is kwaliteitsnormen en -criteria helder maken en stellen om enerzijds kwaliteit te waarborgen en anderzijds kwaliteitsbevordering van kPNI therapeuten te stimuleren. Uitgaande van de specifieke kenmerken van de vrijgevestigde praktijk worden in deze brochure kwaliteitsnormen en -criteria beschreven die tot doel hebben de doelmatigheid, de effectiviteit en de transparantie van het beroepsmatig handelen te bevorderen van vrijgevestigde kPNI therapeuten, die gecertificeerd lid zijn van het kPNI kwaliteitsregister. De inhoud is dynamisch van aard, wat wil zeggen dat deze voortdurend aan veranderingen onderhevig is. De wijzigingen worden bij elke heruitgave meegenomen.

De kwaliteitscriteria zijn ondergebracht in de volgende rubrieken:

  1. Intake en indicatiestelling
  2. Behandeling
  3. Afronding behandeling
  4. Randvoorwaarden beroepsuitoefening
  5. Gedragsregels

De rubrieken 1 t/m 3 behandelen de fase voorafgaand aan de behandeling tot en met de afronding van de behandeling. Rubriek 4 betreft een aantal belangrijke zaken met betrekking tot de randvoorwaarden van de beroepsuitoefening, zoals praktijkvoering en ruimte en voorzieningen. Rubriek 5 betreffen de gedragsregels in relatie met clienten, collega’s en maatschappij.

Toelichting terminologie

Rubrieken = proces

Domeinen = onderwerpen / onderdelen van de praktijkvoering

Kwaliteitsnorm = algemene kwaliteitseis. Een (kwaliteits)norm omvat meerdere met elkaar samenhangende (kwaliteits)eisen.

Kwaliteitscriteria = specifieke, toelaatbare eisen.  

Per rubriek worden een of meerdere domeinen omschreven. Per domein wordt een kwaliteitsnorm geformuleerd. De kwaliteitsnormen zijn vertaald in kwaliteitscriteria (met verwijzingen naar wet- en regelgeving indien mogelijk).  

Wet- en regelgeving

Relevante wetten zijn in dit verband:

  1. Er geldt een publiekrechtelijk tuchtrecht. De therapeut dient aangesloten te zijn bij een organisatie waar de voorziening van een tuchtcollege aanwezig is, zodat op deze wijze de kwaliteit van de beroepsuitoefening gewaarborgd wordt.
  2. De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) regelt de juridische relatie tussen cliënt en hulpverlener. De WGBO regelt onder meer het recht van de cliënt op informatie, op geheimhouding van zijn gegevens en inzage in het eigen dossier. Daarnaast zijn er een aantal plichten omschreven, zoals de plicht van de hulpverlener tot een deugdelijke verslaglegging. Dit alles moet een bijdrage leveren aan een goede kwaliteit van zorg.
  3. De Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) regelt de bescherming van persoonsgegevens. Cliënten hebben het recht:

–           op een veilige verwerking van persoonsgegevens;

–           te weten waar persoonsgegevens voor worden gebruikt en daar al dan niet mee akkoord te gaan;

–           op inzage van gegevens die een hulpverlener over hen heeft.

  1. De Wet Klachtrecht Patiënten (Cliënt) in de Zorgsector (WKCZ).

Deze wet geeft aan dat iedere hulpverlener en zorginstelling dient te beschikken (verplichting) over een klachtencommissie en een klachtenregeling. Doel van deze wet is allereerst dat op laagdrempelige wijze aan cliënten de mogelijkheid geboden wordt over de zorg te klagen.

Opleidings- en kennisniveau dat gesteld wordt aan de kPNI therapeut

  1. De twee-jarige opleiding in de klinische-psychoneuroimmunolgische therapie succesvol hebben afgerond bij Natura foundation, cPNI Europe of vergelijkbaar kennisinstituut(*).
  2. Nascholing (elk jaar) gevolgd bij cPNI Europe of vergelijkbaar kennisinstituut(*).
  3. Bijscholing (elke drie jaar) gevolgd bij cPNI Europe of vergelijkbaar kennisinstituut(*).

(*) Er zal worden onderzocht welke kennisinstituten ook voldoende kwaliteit leveren en opleiden vanuit de kPNI ziens- en werkwijze, wat het mogelijk maakt dat diens geslaagde studenten voor lidmaatschap van het kPNI kwaliteitsregister in aanmerking kunnen komen.

Bruikbaarheid

De inhoud van deze brochure is niet alleen geschikt voor toepassing door kPNI therapeut, maar ook voor zorgverzekeraars of clienten; zij kunnen hiermee inzicht krijgen in hoe (zorgvuldig en efficiënt) leden van de kPNI kwaliteitsregister werken.

1.         Intake en indicatiestelling

Domein Aanmelding

Kwaliteitsnorm:

1.1.      Aanmelden en inschrijven van cliënten gebeurt volgens een vaste procedure.

Kwaliteitscriteria:

1.1.1.   Bij de aanmelding wordt nagegaan of zorg geïndiceerd is c.q. of de praktijk de zorg verleent die aansluit op de zorgvraag/zorgbehoefte van de cliënt. Indien dit niet het geval is wordt passende hulp gezocht of dit teruggekoppeld aan cliënt.

1.1.2.    N.a.v. de aanmelding of n.a.v. het eerste intakegesprek wordt voor iedere cliënt een apart cliëntdossier aangemaakt.

1.1.3.   Het aanmeldformulier en gegevens wordt opgenomen in het cliëntdossier (WGBO).

1.1.4.   Er wordt zonodig een wachtlijst bijgehouden

1.1.5.   De duur van de aanmeldingswachttijd voor de cliënt wordt (achteraf) vastgelegd in het cliëntdossier.

Noten:

De WGBO stelt dat voor iedere cliënt een apart dossier dient te worden aangelegd. Dit geldt dus ook voor kinderen en jeugdigen waarbij er tevens sprake is van oudertherapie. Wanneer vader en moeder in het kader van oudertherapie gezamenlijke gesprekken hebben, dienen er voor beiden ook aparte dossiers te worden gemaakt. Evenals bij relatietherapie kan dan echter wel worden afgesproken om van de oudertherapie een gezamenlijk dossier op te stellen. Degenen die het dossier betreft hebben dan recht op inzage in het gezamenlijke dossier of een kopie ervan.  

Domein Wachttijd

Kwaliteitsnorm:

1.2.      Er zijn heldere procedures omtrent de wachttijden en het informeren van de cliënt hieromtrent.

Kwaliteitscriteria:

1.2.1.   De cliënt wordt geïnformeerd over de wachttijd/vertraging in de doorlooptijd (WGBO).

1.2.2.   Wanneer de geschatte wachttijd door de cliënt of behandelaar als ongewenst of onverantwoord wordt ervaren, wordt dit aan cliënt teruggekoppeld.

 

Domein Indicatiestelling

Kwaliteitsnorm:

1.3.      Tijdens of na het proces van de intake vindt de indicatiestelling plaats. Er wordt in begrijpelijk taal aan de cliënt uitgelegd wat de indicaties zijn voor behandeling.

Kwaliteitscriteria:

1.3.1.   Ten behoeve van de indicatiestelling worden o.m. gegevens verzameld over de zorgvraag en de wensen en verwachtingen van de cliënt, en relevante informatie over voorafgaande zorg.

1.3.2.   De problematiek wordt in kaart gebracht door middel van een uitgebreide anamnese en (bloed)onderzoek.

1.3.3.  De indicatiegegevens worden vastgelegd in een dossier (WGBO).

1.3.4.   De cliënt wordt desgewenst verwezen voor een second opinion (WGBO).

Domein Behandelplan

Kwaliteitsnorm:

1.4.      Het behandelplan wordt opgesteld volgens een vaste procedure.

Kwaliteitscriteria:

1.4.1.   Elke cliënt wordt behandeld volgens een individueel behandelplan dat gebaseerd is op de indicatiestelling. Daarbij wordt aangesloten bij de specifieke situatie van de cliënt (WGBO).

1.4.2.  De uitvoering van het behandelplan vereist de toestemming van de cliënt1. Van een mondelinge toezegging wordt een aantekening in het cliëntdossier gemaakt (WGBO, Beroepscode). Indien er geen overeenstemming over het behandelplan wordt bereikt heeft de behandelaar een inspanningsverplichting2 t.a.v. door- of terugverwijzing (WGBO).

Noten:

  • Voor behandelingsovereenkomsten ten behoeve van minderjarigen die jonger zijn dan 12 is de toestemming vereist van hun wettelijke vertegenwoordigers. Behandelingsovereenkomsten ten behoeve van minderjarigen die ouder zijn dan 12 jaar en jonger dan 16 jaar kunnen alleen gesloten worden met zowel toestemming van henzelf als toestemming van hun wettelijke vertegenwoordigers. Indien de wettelijke vertegenwoordigers het niet eens zijn over het al dan niet toepassen van de behandeling dient de kPNI therapeut uit te gaan van het principe van goede zorg in het belang van het kind.
  • De inspanningsverplichting houdt niet in dat de behandelaar verplicht is de gewenste doorverwijzing te regelen; hij/zij is echter wel verplicht hier enige moeite voor te doen.

2.         Behandeling

Domein Professioneel handelen

Kwaliteitsnorm:

2.1.      Bij de uitvoering van het behandelplan worden professionele standaarden en wettelijke vereisten in acht genomen.

Kwaliteitscriteria:

2.1.1.    De behandelaar voert het behandelplan uit conform de daarin overeengekomen behandelmethode/vorm van kPNI therapie. De behandelaar handelt binnen het kader van de door de beroepsgroep goedgekeurde protocollen en richtlijnen, voor zover deze door de behandelaar in de betreffende situatie van toepassing kan worden geacht.

2.1.2.    Alleen in overleg met en met toestemming van de cliënt wordt gerapporteerd aan derden en worden eventueel andere professionals ingeschakeld (WGBO, Beroepscode).

2.1.3.   Indien de behandelaar ´vastloopt´ in de therapie of problemen ervaart, wordt feedback gevraagd van de intervisiegroep of supervisor.

 

Domein Cliëntdossier

Kwaliteitsnorm:

2.2.      Gegevens over en omtrent de behandeling worden vastgelegd en bewaard in het dossier.

Kwaliteitscriteria:

2.2.1.   Het dossier dient geïdentificeerd te zijn en door de behandelaar actueel gehouden te worden. De daarin opgeslagen gegevens dienen leesbaar te zijn.

2.2.2.   De behandelaar is gehouden aan de wetgeving inzake dossiervoering, o.a. wat betreft de bewaartermijn en het inzagerecht (WGBO).

2.2.3.   In het cliëntdossier zijn de volgende zaken opgenomen:

– personalia en andere voor de behandeling relevante gegevens;

– medicijngebruik, inclusief relevante medicatiehistorie;

– relevante achtergrondinformatie;

– uitkomsten van de indicatiestelling.

 

Domein Bijstelling behandelplan

Kwaliteitsnorm:

2.3.      De cliënt wordt betrokken bij het behandeltraject en heeft hier invloed op.

Kwaliteitscriteria:

2.3.1.    In onderling overleg tussen de cliënt en de behandelaar wordt het behandelplan bijgesteld als daar aanleiding toe bestaat (WGBO).

2.3.2.    De bijstelling vindt plaats na zorgvuldige afweging van noodzaak, betekenis en functie.

 

3.         Afronding van de behandeling

Domein Afsluiting en eind evaluatie

Kwaliteitsnorm:

3.1.       De beslissing tot afronding van de behandeling vindt plaats in overleg met de cliënt.

3.2.      Bij afsluiting van de behandeling evalueert de behandelaar met de cliënt aan de hand van het behandelplan of de doelen zijn gehaald.

Kwaliteitscriteria:

3.1.1.   Over het afsluiten van de behandeling wordt (zorgvuldig) met de cliënt overlegd om tot een zinvol besluit te komen. De cliënt heeft echter ook het recht zelf te beslissen de behandeling niet voort te zetten; in uitzonderlijke gevallen geldt dit ook voor de behandelaar (WGBO, Beroepscode).

3.2.1.   Bij de eindevaluatie komt minimaal aan de orde:

–           de vraag of er sprake is van vermindering van de klachten, van verbetering van het functioneren of van de kwaliteit van leven;

–           de bejegening van de cliënt door de behandelaar;

–           de wensen en mogelijkheden voor verwijzing en nazorg.

3.2.2.     In overleg met de cliënt worden n.a.v. de eindevaluatie zonodig oplossingen gezocht.

3.2.3.    Zowel de conclusies van de evaluatie als de getroffen maatregelen worden vastgelegd.

4.        Randvoorwaarden beroepsuitoefening

Domein Opleiding en beroepsuitoefening van de behandelaar

kwaliteitsnorm:

4.1.      De kwaliteit van de kPNI beroepsuitoefening wordt gewaarborgd via de eisen die door het Register kPNI therapeut worden gesteld; de kwaliteit van de praktijkvoering wordt bevorderd door het hanteren en toetsen van de in deze notitie omschreven kwaliteitscriteria.

Kwaliteitscriteria:

4.1.1.    De behandelaar is ingeschreven in het kPNI-register, en voldoet hiermee aan de voor het professioneel handelen vereiste opleiding, bij- en nascholing, ervaring, bekwaam- en bevoegdheden.

4.1.2.   Door middel van intervisie vindt intercollegiale toetsing plaats van de kwaliteit van het professioneel handelen (vereiste voor kPNI register lidmaatschap).

4.1.3.    De behandelaar treft maatregelen voor het geval hij/zij niet (langer) in staat is het dossier te beheren (bijv. vanwege ernstige ziekte of overlijden).

 

Domein Kwaliteitsbeleid praktijkvoering

Kwaliteitsnorm:

4.2.      De praktijkvoering is gebaseerd op een helder omschreven kwaliteitsbeleid.

Kwaliteitscriteria:

4.2.1.    De behandelaar heeft zijn/haar specifieke expertise(s), zorgvisie en werkwijzen omschreven t.b.v. cliënten, verwijzers en zorgverzekeraars.

4.2.2.    De behandelaar hanteert richtlijnen inzake de beheersing van de wachttijd en houdt zonodig een wachtlijst bij.

4.2.3.   De behandelaar draagt zorg voor goede communicatie met partijen waarmee wordt samengewerkt.

4.2.4.    De behandelaar is eindverantwoordelijk voor het werk dat wordt uitbesteed aan collega’s of derden (bijv. afname van testen, boekhouding). Calamiteiten1 worden gemeld aan de Inspectie. In geval van calamiteiten/fouten en (bijna)ongevallen, worden zo mogelijk corrigerende maatregelen genomen; de gekozen oplossingen worden geregistreerd in het dossier (WGBO).

Noot:

1                Hieronder wordt door de Inspectie voor de Gezondheidszorg verstaan: “Een niet beoogde of onverwachte gebeurtenis in de gezondheidszorg, die tot de dood of een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt heeft geleid, optredend bij een (para)medische, verpleegkundige of verzorgende handeling of bij de toepassing van een product of apparaat in de gezondheidszorg dan wel voortkomend uit een manco in een voorziening of een kwaliteitsafwijking van een product of apparaat dat toepassing vindt in de gezondheidszorg.”

 

Domein Praktijkruimte

Kwaliteitsnorm:

4.3.      De praktijkruimte voldoet aan de geldende normen.

Algemeen

4.3.1.   De therapeut dient zich bij de inrichting van de praktijk te houden aan de bouw- en veiligheidsvoorschriften alsmede aan de aansluitingsvoorschriften van de Gemeente van vestiging. Deze gemeentelijke voorschriften gelden voor de bouw, indeling en inrichting van de wachtkamer, garderobe, toiletten en spreek- en behandelkamer en zijn tevens van toepassing op de eisen m.b.t. toegankelijkheid. In alle ruimtes geldt ook een rookverbod.

Wachtkamer

4.3.2.  Bij de praktijkruimte dient een wachtkamer voor cliënten aanwezig te zijn. Indien afspraken van de therapeut aantoonbaar zo gepland zijn dat er voldoende ruimte is tussen twee cliënten en er geen wachttijden gelden, is de therapeut hiervan vrijgesteld. De wachtkamer voor cliënten dient van dusdanige grootte te zijn dat deze in overeenstemming is met de gebruikelijke praktijkvoering. Wenselijk 3 x 3 meter, minimale grootte: 4m2, dit afgestemd op de toegepaste discipline.

4.3.3.   In de wachtkamer dienen voor de normale bezetting voldoende zitmogelijkheden te zijn.

4.3.4.   Er dient een geluids- en zichtdichte scheiding te zijn tussen wachtkamer en spreek- en behandelkamer. Het in de spreek-/behandelkamer besprokene mag in geen geval verstaanbaar zijn in de wachtkamer. De wachtkamer dient goed geventileerd, verlicht en verwarmd te kunnen worden.

Garderobe en toilet(ten)

4.3.5.   Voor de normale cliëntenbezetting dient voldoende mogelijkheid aanwezigheid te zijn voor het bergen van (natte) kleding, paraplu’s en dergelijke.

4.3.6.   In de onmiddellijke nabijheid van de spreek- of behandelkamer of wachtkamer dient een (invaliden-)toilet aanwezig te zijn. Dit toilet dient voor de cliënten makkelijk bereikbaar te zijn.

4.3.7.   In of bij het toilet dient een wastafel met stromend water aanwezig te zijn.

Spreek-, Behandelkamer (praktijkruimte)

4.3.8.   De (praktijk)ruimte dient bij voorkeur van redelijke grootte te zijn (in principe, bij voorkeur, minimaal 6m2 vloeroppervlakte). In overeenstemming met de gebruikelijke praktijkvoering. Indien in de spreek-, behandelkamer een behandeltafel of stoel geplaatst is, dient de ruimte hier omheen zodanig groot te zijn dat deze vrij geplaatst is.

4.3.9.  De ruimte dient goed geventileerd, verlicht en verwarmd te kunnen worden en het mag er niet tochten. D.w.z. buitenlucht dient direct toegang te kunnen hebben evenals daglicht. Direct zonlicht dient te kunnen worden getemperd. De binnentemperatuur dient minimaal 19 graden te kunnen zijn.

4.3.10.  De plaats van de ruimte moet zodanig geïsoleerd zijn dat geluiden niet kunnen doordringen tot andere aangrenzende ruimtes en omgekeerd.

4.3.11.  Indien in een praktijk een aantal cliënten tegelijk worden behandeld, dient dit in principe in gescheiden ruimtes te geschieden, tenzij er sprake is van groepsbehandeling.

4.3.12. In geval de behandeling impliceert dat een gehele of gedeeltelijke ontkleding noodzakelijk is, dient er een afgescheiden kleedruimte te zijn waar de cliënt zich ongehinderd kan ontkleden en aankleden.

4.3.13. Er dient een stoel voor de cliënt aanwezig te zijn, alsmede een bureau en/of tafel voor de therapeut waarop aantekeningen kunnen worden gemaakt en waaraan gesprekken kunnen plaatsvinden.

4.3.14.  In of in de onmiddellijke nabijheid van de praktijkruimte dient een wastafel met koud stromend water aanwezig te zijn.

4.3.15.  De ruimte, de eventuele onderzoekstafel en de apparatuur dienen volgens hygiënische maatstaven behandeld en onderhouden te worden.

4.3.16. De elektrische installatie en apparatuur van de ruimte dient te voldoen aan de wettelijke of plaatselijke bouw- en veiligheidsvoorschriften terzake.

4.3.17.  Indien gewerkt wordt met instrumentarium en gereedschappen en dergelijke dient een sterilisator aanwezig te zijn.

4.3.18.  Indien er sprake is van technische praktijkuitrusting dient dit veilig te geschieden evenals dat een en ander hygiënisch in orde behoort te zijn.

 

Domein Financiële administratie

Kwaliteitsnorm:

4.4.      De financiële administratie voldoet aan de geldende normen.

Kwaliteitscriteria:

4.4.1.   De behandelaar factureert volgens met de financier (cliënt, zorgverzekeraar of werkgever) gemaakte afspraken over kosten en leveringsvoorwaarden.

4.4.2.   De factuur dient een uniek factuurnummer te hebben en is opgesteld conform de geldende voorschriften van de belastingdienst.

4.4.3.   De werkzaamheden t.b.v. de financiële administratie kunnen worden uitbesteed1.

 

Noot:

1          Indien sprake is van bewerking van cliëntgegevens is de behandelaar verplicht een bewerkersovereenkomst te sluiten met boekhouder, accountant, softwareleverancier e.d. (WBP).

 

  1. Gedragsregels

Kwaliteitsnorm:

5.1.1 .    De kPNI therapeut laat zich bij zijn beroepsuitoefening leiden door

  • de bevordering van de gezondheid en het welzijn van de mens;
  • de kwaliteit van zorg;
  • het respect voor zelfbeschikking van de cliënt;
  • het doelmatige en rechtmatige gebruik van voor de zorg bestemde gelden en middelen; – het belang van de volksgezondheid.

 

Kwaliteitscriteria:

5.1.2.   Aan ieder die zich tot hem wendt in zijn hoedanigheid als kPNI therapeut verleent hij de noodzakelijke behandeling, begeleiding, adviezen en beoordelingen overeenkomstig de eisen, die hem op grond van zijn beroep en deskundigheid mogen worden gesteld.

5.1.3.    De hulpverlening door de kPNI therapeut dient van goede kwaliteit te zijn. Relevante aspecten in dat verband zijn:

–           deskundigheid;

  • doeltreffendheid en doelmatigheid;
  • cliëntgerichtheid; zorgvuldigheid; veiligheid.

5.1.4.   De kPNI therapeut houdt zijn medische kennis en vaardigheden van dat deel van de geneeskunst dat hij beoefent op peil en levert waar mogelijk aan de ontwikkeling daarvan een bijdrage. Na- en bijscholing zijn hierbij noodzaak.

5.1.5.   De kPNI therapeut is ongeacht of hij als vrije beroepsbeoefenaar, in dienstverband of enig ander organisatorisch kader werkzaam is  te allen tijde vrij in en persoonlijk verantwoordelijk voor de hulpverlening.

5.1.6.   De kPNI therapeut neemt de grenzen van zijn beroepsuitoefening in acht. Hij onthoudt zich van handelingen en uitspraken die gelegen zijn buiten het terrein van zijn eigen kennen en kunnen.

5.1.7.   De kPNI therapeut is bereid zich te verantwoorden en zich toetsbaar op te stellen. Leidraad bij deze toetsing is het criterium ‘algemeen onder beroepsgenoten gebruikelijk’, zoals dat onder meer geoperationaliseerd is of moet worden door de erkende wetenschappelijke vereniging.

5.1.8.   Het is de kPNI therapeut niet toegestaan geneeswijzen toe te passen met voorbijgaan aan methoden ter diagnostiek en behandeling welke niet gefundeerd kunnen worden door wetenschappelijk bewijs.

5.1.9.   De kPNI therapeut maakt van zijn medische handelen aantekeningen voor zover dit voor een goede hulpverlening noodzakelijk is.

5.1.10. De kPNI therapeut aanvaardt geen opdracht die in strijd is met algemeen aanvaarde medisch-ethische opvattingen.

 

De kPNI therapeut in relatie tot de cliënt

Kwaliteitsnorm:

5.2.1    Het hoofddoel van de relatie tussen kPNI therapeut en cliënt wordt gevormd door adequate hulpverlening. Van deze relatie mag door de kPNI therapeut nimmer misbruik worden gemaakt.

5.2.1.   De kPNI therapeut zal cliënten in gelijke gevallen gelijk behandelen. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. De kPNI therapeut houdt rekening met de levensbeschouwelijke opvattingen en het cultuurpatroon van zijn cliënten, alsmede met eventuele taalbarrières.

5.2.3 .   De kPNI therapeut stemt de hulpverlening af op de reële individuele behoefte van de cliënt.

5.2.4.   De kPNI therapeut streeft ernaar elke cliënt de meest adequate hulp te verlenen of te doen verlenen, zoals deze hulpverlening algemeen onder beroepsgenoten gebruikelijk is. Dit tegen de achtergrond van beperkingen voor zover zij in deze gedragsregels zijn aangegeven.            

5.2.5.   De kPNI therapeut is er verantwoordelijk voor dat continuïteit van de hulpverlening en een goede bereikbaarheid verzekerd zijn, onverlet de verantwoordelijkheid die hiervoor bij de instelling ligt waar hij werkzaam is.

5.2.6 .   De kPNI therapeut verleent in noodsituaties en bij calamiteiten te allen tijde en voor zover mogelijk eerste hulp.

5.2.7.   De kPNI therapeut is gehouden de rechten van de cliënt in acht te nemen, zoals deze voortvloeien uit de wetgeving, rechtspraak en richtlijnen van de Algemene Vergadering van de kPNI beroepsvereniging.

5.2.8.   De kPNI therapeut informeert de cliënt op duidelijke wijze over diens gezondheidstoestand en hulpverlening die de kPNI therapeut voorstelt. De kPNI therapeut besteedt daarbij aandacht aan:

–          de aard, de omvang en het doel van het onderzoek, de behandeling, de begeleiding of de keuring;

–           de eventuele gevolgen en risico’s voor de cliënt;

–           de mogelijke alternatieven.

5.2.9.   De kPNI therapeut betrekt de cliënt actief bij de besluitvorming. De kPNI therapeut gaat slechts tot handelen over wanneer de cliënt c.q. diens vertegenwoordiger, na voldoende te zijn geïnformeerd, daartoe gerichte toestemming heeft verleend.

5.2.10. Een kPNI therapeut die op enigerlei wijze vermoedt dat een kind mishandeld wordt, onderneemt de noodzakelijke stappen die leiden tot het (doen) beantwoorden van de vraag of van kindermishandeling sprake is. Bij gebleken kindermishandeling neemt de kPNI therapeut stappen voor het zo spoedig mogelijk (doen) stoppen daarvan. De kPNI therapeut handelt daarbij in overeenstemming met de Meldcode voor medici inzake vermoedens van kindermishandeling.

5.2.11. De kPNI therapeut dringt niet verder door tot de privésfeer van de cliënt dan in het kader van de hulpverlening noodzakelijk is. De kPNI therapeut onthoudt zich van contacten van seksuele aard binnen de hulpverlening.

5.2.12. De kPNI therapeut respecteert het recht van de cliënt op vrije therapeutenkeuze. Er kunnen voor de kPNI therapeut redenen aanwezig zijn een behandelingsovereenkomst niet aan te gaan of te beëindigen, bijv. instellingsgebonden werkzaamheden, geografische situatie, de praktijkgrootte, het ontbreken van bekwaamheid bij de kPNI therapeut tot het instellen van een bepaalde behandeling of onderzoek en/of het ontbreken van een vertrouwensrelatie tussen de cliënt en de kPNI therapeut.

5.2.13. De kPNI therapeut legt de voor de hulpverlening relevante gegevens neer in een medisch dossier. Hij bewaart dit dossier – behoudens wettelijke uitzonderingen – gedurende tien jaren, te rekenen vanaf het tijdstip waarop zij zijn vervaardigd, of zoveel langer als redelijkerwijs uit de zorg van een goed kPNI therapeut voortvloeit.

5.2.14. De kPNI therapeut informeert de cliënt desgevraagd over de mogelijkheden tot het indienen van een klacht.

5.2.15. De kPNI therapeut heeft de plicht tot zwijgen over alles wat hem bekend wordt in het kader van de behandeling. Hij is hiervan ontheven bij toestemming van de cliënt, door wettelijke plicht tot gegevensverstrekking, in het overleg met hulpverleners die deel uitmaken van de behandeleenheid en bij conflict van plichten. De kPNI therapeut heeft tot taak zijn ondersteunend personeel te wijzen op het afgeleid beroepsgeheim en toe te zien op het respecteren daarvan.

5.2.16. De kPNI therapeut kan zijn levensbeschouwing kenbaar maken, zolang dit niet op een voor de cliënt hinderlijke wijze gebeurt en zijn levensbeschouwing hem er niet van weerhoudt elke cliënt de hulp te verlenen waarop deze recht heeft.

5.2.17. In het geval dat een kPNI therapeut in geweten geen gevolg kan geven aan een specifieke hulpvraag, stelt hij de cliënt daarvan tijdig in kennis en is hij behulpzaam bij het in contact brengen met een collega.

5.2.18.  De kPNI therapeut accepteert in principe de aanwezigheid van een door de cliënt aan te wijzen persoon, tenzij de aanwezigheid medisch gecontra-indiceerd is. De kPNI therapeut zal in dat geval zijn motivering aan de cliënt kenbaar maken.

5.2.19. De kPNI therapeut honoreert het verzoek om een verwijzing ten behoeve van een tweede mening (second opinion), tenzij hij zwaarwegende argumenten daartegen heeft, die gemotiveerd kenbaar worden gemaakt.

5.6.20. De kPNI therapeut specificeert zijn declaraties deugdelijk en licht deze op verzoek van cliënt toe.

5.6.21. De kPNI therapeut accepteert voor zichzelf geen nalatenschap van de cliënt, wanneer diens wilsuiting is opgesteld tijdens een ziekte waarbij de kPNI therapeut de cliënt heeft bijgestaan.

5.6.22. De kPNI therapeut, die zijn praktijk overdraagt, informeert zijn cliënten tijdig over deze wijziging. De cliënt wordt zoveel mogelijk in de gelegenheid gesteld de kPNI therapeut van zijn keuze te nemen. Aan de cliënten wordt medegedeeld dat hun medische gegevens aan de opvolger of aan de door hen gekozen kPNI therapeut worden overgedragen, tenzij zij daartegen op enigerlei wijze bezwaar maken.

De kPNI therapeut in relatie tot collegae en andere hulpverleners

Kwaliteitsnorm:

5.7.1.   Een kPNI therapeut is ten opzichte van collegae en andere hulpverleners bereid tot openheid en communicatie over en evaluatie van zijn handelen, dit met inachtneming van zijn beroepsgeheim. Kritiek ten aanzien van een collega of collegae dient primair met de betrokken collega(e) te worden besproken. Zakelijke discussies in vakbladen moeten te allen tijde kunnen worden gevoerd.

Kwaliteitscriteria:

5.7.2.   Een kPNI therapeut houdt zijn kennis of nieuwe behandelingsmethoden niet voor zichzelf, maar stelt deze op daartoe geëigende wijze ter beschikking van zijn collegae.

5.7.3.   In het algemeen moet het onjuist worden geacht wanneer door een kPNI therapeut werkzaamheden worden verricht zonder dat daar een passende honorering tegenover staat. Het is in het algemeen evenzeer onjuist wanneer een kPNI therapeut niet werkt in overeenstemming met de vereisten van doelmatigheid en rechtmatige besteding van voor de zorg bestemde gelden. KPNI therapeuten die aanwijzingen hebben dat een collega handelt in strijd met deze regels spreken de betreffende collega hierop aan en nemen zo nodige nadere stappen om het handelen in strijd met deze regels te laten eindigen.

5.7.4.   De kPNI therapeut zal de verwijzing van een cliënt naar een andere kPNI therapeut of hulpverlener vergezeld doen gaan van relevante inlichtingen en een duidelijke omschrijving van het doel van de verwijzing. Wanneer de continuïteit van de hulpverlening dit vereist, stelt die andere kPNI therapeut of hulpverlener de verwijzer op de hoogte van de bevindingen over de toestand van de cliënt en de verdere behandeling. Indien een cliënt zich op eigen initiatief tot een andere kPNI therapeut heeft gewend, wordt de kPNI therapeut van de cliënt door deze kPNI therapeut in de behandeling gekend, tenzij de cliënt daartegen uitdrukkelijk bezwaar aantekent.

5.7.5.   Brieven en andere bescheiden, bevattende medische en/of andere privacygevoelige gegevens, die gericht zijn aan kPNI therapeuten werkzaam binnen een organisatorisch verband, dienen uitsluitend te worden geopend door en onder ogen te komen van de kPNI therapeut voor wie deze gegevens zijn bestemd of door personen die door de kPNI therapeut daartoe uitdrukkelijk zijn geautoriseerd.

5.7.6.   Een kPNI therapeut is bereid – voor zover mogelijk en gedurende een nader vast te stellen periode – voor een arbeidsongeschikte c.q. zwangere collega waar te nemen, al dan niet in samenwerking met anderen.

5.7.7.  Geschillen tussen een kPNI therapeut en een collega of andere hulpverleners dienen primair binnen eigen kring te worden opgelost.

 

De kPNI therapeut en wetenschappelijk onderzoek

Kwaliteitsnorm:  

5.8.1.    De kPNI therapeut zal indien mogelijk medewerking verlenen aan onderzoek, gericht op de bevordering/verbetering van de volksgezondheid. Dit kan onderzoek zijn in bijv. medisch, psychologisch, epidemiologisch, farmacologisch opzicht.

Kwaliteitscriteria:

5.8.2.  De kPNI therapeut die onderzoek verricht, vergewist zich van de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek. In geval van een medisch experiment is de goedkeuring van een medisch-ethische toetsingscommissie vereist.

5.8.3.    In gevallen, waarin het onderzoek met mensen betreft danwel onderzoek met tot de persoon herleidbare gegevens, is in principe de gerichte toestemming van de cliënt of diens vertegenwoordiger vereist.

5.8.4.  De kPNI therapeut die wetenschappelijk onderzoek verricht, stelt het belang van de cliënt altijd boven het belang van zijn onderzoek en voorkomt daarmee iedere belangenverstrengeling die de cliënt kan schaden. De kPNI therapeut aanvaardt slechts beloning voor het onderzoek voor zover deze in evenredige verhouding staan tot de door hem geleverde inspanningen.

 

De kPNI therapeut in relatie tot publiciteit

Kwaliteitsnorm:

5.9.1.   Publiciteit voor en door kPNI therapeuten moet feitelijk, controleerbaar en begrijpelijk zijn.

Kwaliteitscriteria:

5.9.2.   Het is de kPNI therapeut niet toegestaan in publiciteit tot personen herleidbare gegevens vrij te geven tenzij met schriftelijk gerichte toestemming van betrokkene.

 

De kPNI therapeut en het bedrijfsleven

Kwaliteitsnorm:

5.10.1. De kPNI therapeut onderhoudt een open en integere relatie met het bedrijfsleven en voorkomt belangenverstrengeling die de cliënt kan schaden.

 

Volksgezondheid en samenleving

Kwaliteitsnorm:

5.11.1. De kPNI therapeut tracht een bijdrage te leveren aan het medisch onderwijs en aan de ontwikkeling van de wetenschap op het gebied van de volksgezondheid.

Kwaliteitscriteria:

5.11.2. De kPNI therapeut stelt zich actief op in het signaleren van gezondheidsbedreigende factoren. Daarbij kan gedacht worden aan milieuverontreiniging, slechte woonomstandigheden, onhygiënische schoolgebouwen etc.

5.11.3. De kPNI therapeut betracht zorg voor het milieu, bijvoorbeeld door gescheiden verzamelen en afvoeren van afval zoals naalden/spuiten, medicijnen e.d.

5.11.4. De kPNI therapeut die tot een staking of een werkonderbreking overgaat, zal zich er altijd van vergewissen dat er voorzieningen zijn getroffen die nodig zijn om de noodzakelijke medische zorg te garanderen.