Termen

Barrières sluiten

Binnen de kPNI is het werkingsmechanisme sluiten van de barrières een belangrijke interventie. Immers, de slijmvliesimmuunsysteem bestaat uit het zorgen voor de barrière functie van het lichaam zodat ziekteverwekkers de integriteit niet kunnen aantasten.

De barrières hebben meerdere onderdelen om deze integriteit intact te houden. Denk aan een mucuslaag (slijmvlies) zoals in de neus, longen of darmen. Soms met trilhaartjes. Of reflexen zoals hoesten of niezen. Ook de epitheellaag op die plekken is bedoeld om een sluitende laag te zijn.

Op die slijmvlieslaag heeft het lichaam ook nog een mooi systeem met behulp van IgA of sIgA en het stofje lactoferrine helpt ook mee om zonder ontsteking gevaar af te wenden en op te ruimen.

kPNI interventie:

Een kPNI interventie kan bestaan uit het extra aanvullende van die stoffen die nodig zijn om de barrière functie te verbeteren. Denk hierbij aan bepaalde proteïnen maar ook aan bewegingsinterventies of ademhalingstechnieken. Ook wordt uiteraard gekeken naar welke zaken de barrière functies verlagen (stressfactoren, bepaalde uitlokkende voeding, slaaptekort, voedingstekorten, hormonale verstoringen). Immers, het is efficiënter om te dweilen als de kraan al dicht is.

Cholesterol

Veel mensen schrikken van het woord cholesterol: vooral een verhoogd LDL-cholesterol zou een groter risico op hart- en vaatziekten betekenen.

Hoe kijkt kPNI aan tegen verhoogd cholesterol? Wanneer is aanpassing van voeding en leefstijl nodig en wat zijn mogelijke alternatieven voor medicatie? Hieronder geven we onze visie op een gezonde cholesterolhuishouding en de behandeling van atherosclerose en verhoogde cholesterolwaardes.

Wat is cholesterol en wat zijn de functies?

Cholesterol is een vetachtig stofje met veel nuttige functies in je lichaam:

  • Het is een bouwstof voor je celmembranen, vitamine D en alle vetachtige hormonen (cortisol, aldosteron en geslachtshormonen).
  • Het wordt gebruikt voor aanmaak galzure zouten voor de vetvertering.
  • Bovendien speelt cholesterol een rol bij het immuunsysteem: het neutraliseert bacteriën, virussen en toxines.

Cholesterol kan niet oplossen in het bloed en wordt daarom verpakt in een eiwitmantel door het bloed vervoerd. Dit noem je een lipoproteïne. Afhankelijk van de hoeveelheid eiwit en cholesterol in een lipoproteïne spreek je van HDL (high density lipoproteïne) en LDL (low density proteïne): HDL bevat veel eiwit en weinig cholesterol, bij LDL is dit precies andersom.

Heel kort samengevat wordt HDL vaak gezien als het goede en LDL als het slechte cholesterol. Echter: het gaat niet zozeer om goed of slecht, ze hebben gewoonweg verschillende functies in je lichaam: LDL brengt cholesterol naar de lichaamscellen en HDL zorgt voor transport retour lever. En hier maakt de lever vervolgens galzure zouten van de overgebleven cholesterol.

Visie vanuit kPNI: verhoogde cholesterolwaardes zijn niet altijd verontrustend, het kan zijn dat je lichaam tijdelijk meer cholesterol nodig heeft om bovenstaande functies goed uit te kunnen voeren.

De rol van LDL-cholesterol bij het ontstaan van plaques

Vroeger werd een verhoogd LDL-cholesterol gezien als dé veroorzaker van atherosclerose (aderverkalking). Inmiddels weten we dat een combinatie van omstandigheden tot aderverkalking leidt, met als gevolg een risico op hart- en vaatklachten (response to injury theorie). Wat gebeurt er dan precies waardoor atherosclerose ontstaat?

  1. Normaal gesproken is een bloedvat aan de binnenkant glad, te vergelijken met de binnenkant van een tuinslang. Als het bloedvat echter om een of andere reden aan de binnenkant beschadigt, dan zal LDL aan de beschadiging blijven plakken en daar oxideren (LDL is gevoelig voor oxidatie). Dit levert nóg meer schade aan het bloedvat op.
  2. Ondertussen vindt een ontstekingsreactie plaats om het immuunsysteem te activeren en de vaatwandbeschadiging te repareren. Deze reactie verloopt niet vlekkeloos, want immuuncellen nemen het geoxideerde LDL op en veranderen vervolgens in een soort schuimcellen. Deze schuimcellen verdwijnen weer, maar laten helaas een vetachtige substantie achter op de vaatwand, fatty streak genaamd. Dat is accumulatie van vetgeladen cellen onder het endotheel, een laag cellen in o.a. je hartvaatwand.
  3. Op deze vetafzetting kan vervolgens ook kalkafzetting plaatsvinden. Door deze vet- en/of kalkafzetting wordt de vaatwand dikker en kan het bloed minder makkelijk stromen. En zo ontstaat atherosclerose, wat uiteindelijk weer kan leiden tot allerlei hart- en vaatziekten, zoals infarcten of bloedingen.

Conclusie: binnen de kPNI zien we de vaatwandbeschadiging en vervolgens plakken en oxideren van LDL op de vaatwand als de veroorzaker van atherosclerose en alle gevolgen van dien. Nadruk in de behandeling zal dan ook liggen op verminderen van de risico’s op vaatwandbeschadiging en oxidatie van LDL. Dit proces van het ontstaan van atherosclerose is overigens onlangs ook besproken in de nascholing voor huisartsen van Accredidact (nummer 3/2017, editie CVRM en lipiden).

Optimaliseren van de cholesterolhuishouding door een kPNI-behandelaar

Mochten je cholesterolwaardes te hoog zijn dan zal een kPNI-behandelaar allereerst kijken naar de waardes van – en verhouding tussen – de diverse lipiden in je bloed: HDL, LDL, totaal cholesterol en triglyceriden. Gezonde voeding, goed stressmanagement en het behandelen van ontstekingsprocessen dragen allemaal bij aan een gezonde verhouding tussen deze verschillende lipiden, wat weer gunstig is voor je hartvaten (en daarmee de kans op atherosclerose vermindert). Een kPNI-behandelaar zal dan ook naar al deze verschillende facetten kijken om de cholesterolhuishouding te optimaliseren.

In je bloed zit verder overigens ook nog VLDL (very low density lipoproteïne), maar hiervan kun je de waarde niet meten. Je kunt echter stellen: als je triglyceriden-waarden te hoog zijn, dan is je VLDL ook te hoog. Dit VLDL speelt naar waarschijnlijkheid nog meer dan LDL een rol bij het proces dat tot atherosclerose leidt. Vandaar dat er binnen de kPNI ook naar de triglyceriden-waarden in het bloed gekeken wordt om de risico’s te verlagen.

Hoe vaak medicatie in Nederland?

Verhoogde cholesterolwaardes komen veel voor in Nederland en steeds meer mensen krijgen hiervoor medicatie voorgeschreven, meestal statines. Ter illustratie: in 1994 waren er 234.000 gebruikers, in 2013 was dit aantal bijna vertienvoudigd tot ruim twee miljoen (bronnen: Volksgezondheid en Zorg en Gezondheidsraad).

Rond statines is veel commotie, vanwege de mogelijke bijwerkingen en het soms onnodig voorschrijven van dit medicijn. Dat geeft onrust bij gebruikers en kan ertoe leiden dat mensen de medicatie weigeren, terwijl zij hier soms juist wél bij gebaat kunnen zijn.

Inzetten van cholesterolverlagende medicatie: statines of rode gistrijst?

Als mensen stoppen met het nemen van statines stappen ze soms over op een natuurlijke variant: een supplement met rode gistrijst. Beide middelen hebben echter hetzelfde werkingsmechanisme: ze remmen een enzym (HMG-CoA-reductase) dat cholesterol aanmaakt (dit is in 2016 beschreven in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde).

Voor statines en rode gistrijst geldt verder dat ze de aanmaak van het co-enzym Q10 remmen, en dit is een belangrijk enzym voor je energiehuishouding. Mogelijke bijwerkingen van statines en rode gistrijst zijn onder andere spierpijn en moeheid. Mochten statines of rode gistrijst (tijdelijk) noodzakelijk zijn, dan zal een kPNI-behandelaar kijken naar het ondersteunen van je energiehuishouding.

Niacine

Voordat de statines in zwang kwamen gebruikten veel artsen vitamine B3 (niacine) om verhoogde cholesterolwaardes te behandelen. Alhoewel B3 in de vergetelheid is geraakt, is het nog steeds een goed middel. Niacine verhoogt vooral de HDL-waarden en verlaagt enigszins de triglyceriden- en LDL-waarden in je bloed. Nadeel is alleen dat je van vitamine B3 in het begin een rode, warme, soms jeukende sensatie kunt ervaren, als je hiervoor gevoelig bent. Je kPNI-behandelaar kan je advies geven om de inname van B3 op een goede manier op te bouwen, zodat je hier minder last van hebt. Er zijn ook andere vormen van vitamine B3 die deze sensatie niet geven, maar daar is het positieve effect op het cholesterol niet bij aangetoond.

Familiaire hypercholestorolemie

Ook bij erfelijk verhoogd cholesterol kan een kPNI-behandelaar je helpen om de cholesterolwaarden in het bloed te verlagen. In Nederland komen diverse mutaties voor die leiden tot verschillende risico’s. Samen kun je de risico’s en behandelmogelijkheden bespreken van de mutatie die in je familie voorkomt.

Tot slot

Op internet is veel tegenstrijdige informatie te vinden over de behandeling van te hoge cholesterolwaarden (denk bijvoorbeeld ook aan het boek ‘De cholesterol leugen’). Zoals hierboven uiteengezet hebben wij vanuit de kPNI de visie dat te hoge waarden niet alleen via medicatie, maar ook op andere manieren te verlagen zijn, denk aan gezonde voeding en leefstijl. Een kPNI-behandelaar zal verder op zoek gaan naar de oorzaak van de verhoogde waardes en die aanpakken, met als voordeel dat je niet de rest van je leven medicatie nodig hebt. Aan de medicatie kleven namelijk ook nadelen, zeker naarmate je ze langer slikt.

Interesse of meer vragen? Vind hier een kPNI-behandelaar die je er meer over kan vertellen.

 

Ketogene voeding is een dieet gebaseerd op bepaalde verhoudingen tussen vetten, eiwitten en geen koolhydraten. Het is ontwikkeld voor mensen met epilepsie.

In de praktijk wordt deze manier van voeding op diverse wijzen gebruikt voor afvallen. Vaak is er dan weinig koolhydraten toegestaan en kan via meting van een urine stick in de eerste maanden of via een druppel bloed gezien worden of men toch “in ketose” is.

Ook is het mogelijk dat het te ruiken is in de adem, via een “aceton” lucht.

Binnen de kPNI wordt door de behandelaar in kaart gebracht welke processen er verstoord zijn in de loop van de tijd, met name die betrekking hebben op de klachten maar ook zijdelings gerelateerde klachten of symptomen.

Een aantal van die verstoorde processen zijn zeer belangrijk in de ontstaan geschiedenis van de klachten. Hier is veel onderzoek naar gedaan en is dan ook binnen de kPNI goed uitgediept. Wij noemen dat werkingsmechanismen.

Voorbeelden van werkingsmechanismen zijn bijv. insuline resistentie, laag gradige ontsteking, serotonine problemen, functionele hypothalamus verstoring, tekort aan ATP. Dit zijn dus geen ziektebeelden, maar onderliggende processen. Door deze verstoorde processen in kaart te brengen  en met name rekening te houden met de hiërarchie, kan stapje voor stapje de verstoorde processen verbeteren en daarmee de gezondheid verbeteren.

Laag gradige ontsteking, in het Engels, Low Grade Inflammation (LGI) is een werkingsmechanisme welke gevonden kan worden in de ontstaansgeschiedenis van klachten en symptomen.

Eczeem

Is een huidaandoening die gekenmerkt wordt door met name roodheid en jeuk. Er zijn diverse soorten eczeem (NHG-standaard eczeem): Constitutioneel eczeem, contact eczeem, acrovesculeus eczeem, nummulair eczeem, hypostatisch eczeem en asteostatisch eczeem.

Naast de roodheid en jeuk is het afhankelijk van welk soort eczeem hoe het zich manifesteert. Er kunnen papels, oedeem, schilfers,  blaasjes en korstjes of andere verkleuring huid (lichenificatie) optreden.

Oorzaak eczeem:

Het wordt gezien als een niet-infectieuze ontstekingsreactie die getriggerd kan worden door zowel zaken vanuit het lichaam als van buiten af (omgevingsfactoren). Vaak zit er ook een genetische component in, vooral bij de constitutionele versie.

Waar vroeger gedacht werd dat de verhouding tussen 2 onderdelen van het immuunsysteem (Th1 en Th2-paradigma) zorgt voor eczeem wordt nu vooral gekeken naar verstoring van de barrière functie.

Filaggrin is het eiwit dat zorgt voor de barrière functie van de huid. Mutaties op het gen voor filaggrin wordt verantwoordelijk gehouden voor de genetische aanleg. Hierdoor wordt helaas soms alleen middelen ingezet om het immuunsysteem te onderdrukken (met name corticosteroïden) en minder gekeken naar de omgevingsfactoren die het kunnen triggeren zeker als er geen IgE aangetoond kan worden in het bloed.

kPNI zienswijze:

De huid hoort bij het slijmvliesimmuunsysteem, wat eigenlijk een barrière zou moeten vormen met de buitenwereld. Tot het slijmvliesimmuunsysteem behoren alle slijmvliezen (huid, longen, KNO-gebied, darmen, ure-genitaal en de gewrichtssmering). Het grootste oppervlakte van het slijmvliesimmuunsysteem zijn de darmen.

Kinderen die op jonge leeftijd behoorlijk eczeem hadden, hebben een verhoogde kans op latere leeftijd van hooikoorts (rhinitis) en/of astma/luchtwegklachten. Dit wordt ook wel de atopic marsh genoemd. (van eczeem naar hooikoorts en astma).

kPNI-interventies zullen gericht zijn op vermindering van de ontstekingsreactie (verminderen low-grade inflammatie). Ook herstel van de barrière functies is onderdeel van het behandelplan (sluiten barrières). Ondanks een genetische dispositie door mutaties op het gen voor filaggrin kan door het zorgen van herstel van de barrière door middel van diverse kPNI interventies en verminderen low-grade inflammatie de eczeem klachten verminderen tot verdwijnen.

 

 

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim. Donec pede justo, fringilla vel, aliquet nec, vulputate eget, arcu. In enim justo, rhoncus ut, imperdiet a, venenatis vitae, justo. Nullam dictum felis eu pede mollis pretium. Integer tincidunt. Cras dapibus. Vivamus elementum semper nisi. Aenean vulputate eleifend tellus. Aenean leo ligula, porttitor eu, consequat vitae, eleifend ac, enim. Aliquam lorem ante, dapibus in, viverra quis, feugiat a, tellus. Phasellus viverra nulla ut metus varius laoreet. Quisque rutrum. Aenean imperdiet. Etiam ultricies nisi vel augue. Curabitur ullamcorper ultricies nisi. Nam eget dui.

add – adhd vanuit kPNI uitgelegd